Elektrisch rijden is voor steeds meer mensen de normale manier van autorijden. Je stapt in, rijdt stil en comfortabel weg en hoeft niet meer langs een tankstation. Toch vraagt elektrisch rijden wel om een andere manier van denken. Vooral het opladen van je auto is iets waar je even handigheid in moet krijgen.
Waar tanken vaak een kwestie is van een paar minuten, werkt opladen anders. Je laadt meestal wanneer de auto toch stilstaat: thuis, op je werk, bij een openbare laadpaal of onderweg bij een snellader. Dat maakt elektrisch rijden in de praktijk vaak heel prettig, zolang je weet waar je op moet letten.
In dit artikel lees je welke zaken belangrijk zijn bij het opladen van een elektrische auto. Van laadpalen en laadkabels tot laadsnelheid, kosten en veilig laden.
Begrijp eerst hoe opladen werkt
Een elektrische auto opladen kan op verschillende manieren. In de basis wordt er onderscheid gemaakt tussen laden met wisselstroom en laden met gelijkstroom. Wisselstroom wordt meestal gebruikt bij thuislaadpunten en openbare laadpalen. Gelijkstroom wordt gebruikt bij snelladers langs de snelweg of op drukke laadlocaties.
Bij laden met wisselstroom zet de auto de stroom zelf om naar stroom die geschikt is voor de accu. Dat gebeurt via de boordlader van de auto. Daardoor bepaalt niet alleen de laadpaal hoe snel je kunt laden, maar ook de auto zelf. Een laadpaal kan bijvoorbeeld 22 kW leveren, terwijl jouw auto maximaal 11 kW kan opnemen. In dat geval laadt de auto dus niet sneller dan 11 kW.
Bij snelladen werkt dit anders. De stroom wordt buiten de auto al omgezet naar gelijkstroom en gaat directer richting de accu. Daardoor kan de laadsnelheid veel hoger liggen. Snelladen is vooral handig wanneer je onderweg bent en snel weer verder wilt rijden. Voor dagelijks gebruik is regulier laden vaak voldoende.
Thuisladen, openbaar laden of snelladen?
Welke manier van laden het beste bij je past, hangt af van je woonsituatie, rijgedrag en toegang tot laadpunten. Iemand met een eigen oprit en laadpaal heeft een andere laadervaring dan iemand die volledig afhankelijk is van openbare laadpunten in de buurt.
Thuisladen
Thuisladen is voor veel elektrische rijders de meest comfortabele optie. Je sluit de auto aan wanneer je thuiskomt en de volgende ochtend is de accu weer voldoende geladen. Je hoeft er nauwelijks over na te denken.
Een eigen laadpaal is vooral handig wanneer je een oprit of eigen parkeerplaats hebt. Wel moet je vooraf kijken naar je meterkast, de beschikbare stroomcapaciteit en de gewenste laadsnelheid. In veel gevallen wordt gekozen voor een laadpaal met load balancing. Die techniek verdeelt het stroomverbruik in huis slim, zodat je meterkast minder snel overbelast raakt wanneer bijvoorbeeld de oven, warmtepomp en laadpaal tegelijk stroom vragen.
Thuisladen is vaak voordeliger dan openbaar laden. Zeker wanneer je zonnepanelen hebt of een energiecontract waarbij stroom op bepaalde momenten goedkoper is. Met een slimme laadpaal kun je daar beter op inspelen.
Openbaar laden
Niet iedereen kan thuis laden. In steden en woonwijken zijn veel elektrische rijders afhankelijk van openbare laadpalen. Dat werkt prima, maar vraagt wel iets meer planning. Je moet weten waar laadpunten staan, of ze beschikbaar zijn en welke tarieven gelden.
Bij openbare laadpalen heb je meestal een eigen laadkabel nodig. De laadpaal heeft dan een aansluiting waar je de kabel in steekt en de andere kant gaat in de auto. Het is daarom verstandig om standaard een geschikte kabel in de kofferbak te hebben.
Let bij openbaar laden ook op de kosten. De prijs per kWh kan per aanbieder verschillen. Soms betaal je daarnaast startkosten of extra kosten wanneer je auto lang blijft staan nadat het laden klaar is. Dat laatste wordt ook wel een blokkeertarief genoemd.
Snelladen onderweg
Snelladen is vooral bedoeld voor langere ritten. Denk aan vakanties, zakelijke afspraken ver van huis of momenten waarop je snel extra bereik nodig hebt. Je laadt dan in korte tijd een flink deel van de accu bij.
Toch is snelladen niet altijd de beste keuze. Het is meestal duurder dan thuis of openbaar laden en je hebt het voor dagelijks gebruik vaak niet nodig. Daarnaast laadt een auto niet continu op maximale snelheid. Vooral boven de 80 procent neemt de laadsnelheid vaak af. Daarom is het onderweg vaak efficiënter om tot ongeveer 70 of 80 procent te laden en daarna weer verder te rijden.
Let op het type aansluiting van je elektrische auto
Een belangrijk onderdeel van elektrisch laden is de aansluiting van je auto. In Europa gebruiken de meeste moderne elektrische auto’s een Type 2-aansluiting voor regulier laden. Dit is de standaardaansluiting voor laden aan veel thuislaadpunten en openbare laadpalen.
Voor snelladen wordt meestal CCS gebruikt. CCS bouwt voort op de Type 2-aansluiting, maar heeft extra contacten voor snelladen met gelijkstroom. Daardoor kun je met dezelfde auto zowel regulier laden als snelladen, mits de auto daarvoor geschikt is.
Voor jou als gebruiker is vooral belangrijk dat je weet welke aansluiting je auto heeft en welke kabel daarbij hoort. Bij nieuwe elektrische auto’s is Type 2 vrijwel altijd de standaard voor regulier laden. Rijd je in een ouder model of importauto, dan is het verstandig om dit extra te controleren.
Wat is een laadpaal Type 2?
Een laadpaal Type 2 is een laadpaal met een Type 2-aansluiting. Dit type aansluiting is in Europa de norm voor regulier laden. Je vindt Type 2-laadpunten bij woningen, bedrijven, parkeergarages, supermarkten en openbare parkeerplaatsen.
Er zijn grofweg twee soorten laadpalen. Sommige laadpalen hebben een vaste kabel. In dat geval pak je de kabel van de laadpaal en sluit je die direct aan op je auto. Andere laadpalen hebben alleen een aansluiting. Dan gebruik je je eigen losse laadkabel.
Bij openbare laadpalen is die tweede variant heel gebruikelijk. Je moet dan zelf een kabel meenemen. Dat is iets waar beginnende elektrische rijders nog wel eens door verrast worden. De laadpaal staat er dan wel, maar zonder eigen kabel kun je niet laden.
Een laadpaal met Type 2-aansluiting kan verschillende laadvermogens hebben. Thuis gaat het vaak om 3,7 kW, 7,4 kW, 11 kW of 22 kW. Welke snelheid je daadwerkelijk haalt, hangt af van de laadpaal, je auto, je kabel en je elektrische aansluiting.
Welke laadkabel heb je nodig?
De laadkabel is een onderdeel waar je niet pas over wilt nadenken wanneer je bij een laadpaal staat. Voor regulier laden heb je meestal een Type 2-laadkabel nodig. Die kabel verbind je met de laadpaal en met de auto.
Niet elke Type 2-kabel is hetzelfde. Er zijn kabels voor 1-fase laden en voor 3-fase laden. Een 1-fase kabel kan minder vermogen doorgeven dan een 3-fase kabel. Rijd je een auto die 3-fase kan laden, dan is een 3-fase laadkabel vaak de meest logische keuze. Daarmee benut je de laadmogelijkheden van veel openbare laadpunten beter.
Let ook op de maximale stroomsterkte van de kabel. Kabels zijn er bijvoorbeeld voor 16 ampère of 32 ampère. De juiste keuze hangt af van je auto en laadpunt. Een kabel met een hogere capaciteit is vaak iets zwaarder en duurder, maar kan in sommige situaties wel meer flexibiliteit geven.
Daarnaast speelt de lengte van de kabel mee. Een korte kabel is makkelijker op te bergen en minder zwaar. Een langere kabel is handig wanneer je niet altijd direct naast de laadpaal kunt parkeren. Voor dagelijks gebruik kiezen veel mensen een kabel van ongeveer 5 tot 7 meter.
Controleer daarom altijd of je een geschikte laadkabel type 2 stopcontact-aansluiting nodig hebt voor jouw auto en laadpunt.
Let bij aankoop ook op de kwaliteit van de kabel. Een laadkabel wordt buiten gebruikt, ligt soms op natte grond en krijgt te maken met kou, warmte en vuil. Kies daarom liever voor een degelijke kabel die geschikt is voor intensief gebruik dan voor de goedkoopste optie.
Waarom laden soms langer duurt dan verwacht
Veel mensen kijken eerst naar het vermogen van de laadpaal. Dat is logisch, maar het vertelt niet het hele verhaal. Een laadpaal van 22 kW betekent niet automatisch dat jouw auto ook met 22 kW laadt.
De werkelijke laadsnelheid hangt af van meerdere factoren:
- Het maximale vermogen van de laadpaal.
- De boordlader van de auto.
- De capaciteit van de laadkabel.
- De temperatuur van de accu.
- De accustand op het moment van laden.
- Eventuele beperkingen door de laadpaal of netaansluiting.
Stel dat je auto maximaal 11 kW AC kan laden. Dan maakt het voor de laadsnelheid weinig verschil of je aan een 11 kW- of 22 kW-laadpaal staat. De auto neemt maximaal 11 kW op. Andersom geldt hetzelfde: als je auto 22 kW aankan maar de laadpaal levert 11 kW, dan blijft de snelheid beperkt tot 11 kW.
Ook de accustand maakt uit. Een elektrische auto laadt meestal sneller wanneer de accu relatief leeg is. Naarmate de accu voller raakt, kan de laadsnelheid afnemen. Dat zie je vooral duidelijk bij snelladen. Laden van 10 naar 60 procent gaat vaak veel sneller dan laden van 80 naar 100 procent.
Voor dagelijks gebruik hoef je de accu meestal niet helemaal vol te laden. Veel elektrische rijders stellen een laadlimiet in, bijvoorbeeld op 80 procent. Dat is vaak ruim genoeg voor normale ritten en kan helpen om de accu op langere termijn netjes te behandelen.
Kosten van opladen
De kosten van opladen verschillen sterk per situatie. Thuisladen is vaak het voordeligst, zeker wanneer je gebruik kunt maken van eigen zonnestroom of lage stroomtarieven. Bij openbaar laden betaal je meestal meer en bij snelladen liggen de tarieven vaak nog hoger.
Toch is de prijs per kWh niet het enige waar je op moet letten. Sommige laadpassen rekenen abonnementskosten. Andere aanbieders werken met starttarieven of transactiekosten. Bij sommige laadpunten kunnen extra kosten gelden wanneer je auto vol is maar nog steeds aan de laadpaal staat.
Gebruik je vaak openbare laadpalen, dan loont het om verschillende laadpassen of apps te vergelijken. Niet elke laadpas rekent hetzelfde tarief bij dezelfde laadpaal. Dat kan verwarrend zijn, maar het betekent ook dat je soms flink kunt besparen door vooraf even te controleren.
Bij thuisladen is het verstandig om naar je energiecontract te kijken. Heb je een vast tarief, dan maakt het moment van laden financieel minder uit. Heb je dynamische tarieven, dan kan slim laden op goedkope uren interessant zijn. Een slimme laadpaal of laadapp kan daarbij helpen.
Veilig opladen
Elektrisch laden is veilig wanneer je de juiste materialen gebruikt en de installatie goed is aangelegd. Toch zijn er een paar fouten die je beter kunt vermijden.
Langdurig laden via een normaal stopcontact is meestal geen goed idee. Het kan in noodgevallen of incidenteel wel, maar een gewoon stopcontact is niet bedoeld voor langdurige hoge belasting. Gebruik dit daarom niet als vaste laadoplossing.
Ook verlengsnoeren zijn af te raden. Zeker bij hoge vermogens kunnen kabels warm worden. Daarnaast vergroot je de kans op slechte verbindingen, vochtproblemen en beschadigingen. Gebruik liever een geschikte laadpaal of laadkabel die bedoeld is voor het opladen van elektrische auto’s.
Controleer je laadkabel regelmatig. Kijk of de stekkers schoon zijn, of de kabel niet beschadigd is en of alles goed aansluit. Een kabel die vaak buiten ligt of in de kofferbak wordt gegooid, kan slijten. Merk je beschadigingen op, gebruik de kabel dan niet meer.
Laat een thuislaadpunt altijd installeren door een erkende installateur. Die kan beoordelen of je meterkast geschikt is, of uitbreiding nodig is en of load balancing verstandig is. Dat voorkomt problemen en zorgt ervoor dat je laadpunt past bij je woning en rijgedrag.
Slim laden met zonnepanelen en dynamische tarieven
Voor veel elektrische rijders wordt slim laden steeds interessanter. Zeker wanneer je zonnepanelen hebt of een energiecontract met wisselende stroomprijzen. In plaats van simpelweg te laden zodra je thuiskomt, kun je het laadmoment afstemmen op goedkope of duurzame stroom.
Heb je zonnepanelen, dan kun je proberen om de auto te laden wanneer je panelen veel stroom opwekken. Dat is vooral aantrekkelijk wanneer je overdag thuis bent of de auto regelmatig op de oprit staat. Sommige slimme laadpalen kunnen automatisch meer laden wanneer er veel eigen zonnestroom beschikbaar is.
Bij dynamische energiecontracten veranderen de stroomprijzen per uur. Dan kan het slim zijn om de auto vooral te laden op momenten dat stroom goedkoop is. Dat is vaak ’s nachts of op momenten met veel aanbod van wind- of zonne-energie. Een laadapp of slimme laadpaal kan dit automatisch plannen.
Load balancing is hierbij een nuttige functie. Die zorgt ervoor dat je laadpaal rekening houdt met het totale stroomverbruik in huis. Zet je meerdere apparaten tegelijk aan, dan kan de laadpaal tijdelijk wat minder vermogen naar de auto sturen. Zodra er weer ruimte is, gaat het laden sneller verder. Zo voorkom je dat de hoofdzekering overbelast raakt.
Opladen wordt daardoor niet alleen een kwestie van de stekker erin steken, maar ook van slim omgaan met stroom. Wie daar goed op inspeelt, kan goedkoper laden en meer gebruikmaken van duurzame energie.



























